Windenergie A16 West-Brabant

3 dec 2020

De provincie Noord-Brabant kreeg eerder dit jaar de opdracht van de Raad van State om binnen een half jaar het inpassingsplan voor Windenergie A16 op enkele punten aan te passen. Het inpassingsplan Windenergie A16 gaat over 28 windmolens in totaal, waarvan er 8 in de gemeente Drimmelen komen te staan.

De Raad van State was in basis akkoord met het plan onder de voorwaarde dat de provincie het plan op enkele punten zou aanpassen.
In de tussentijd heeft de provincie deze aanpassingen gedaan en was het wachten op de definitieve uitspraak.
Op 2 december kregen we bericht dat Raad van State akkoord is gegaan met het herstelbesluit van de provincie en positief heeft besloten over het inpassingsplan. Zie onderstaand persbericht.

Persbericht Provincie - Plan definitief: 28 windmolens langs de A16 West-Brabant

’s-Hertogenbosch, 2 december 2020 – De 28 windmolens aan de A16 kunnen er komen. De Raad van State heeft ingestemd met aanpassingen die door de provincie zijn gedaan na een tussenuitspraak over het inpassingsplan eerder dit jaar. Met deze definitieve uitspraak zijn het plan en de in 2018 afgegeven vergunningen onherroepelijk.

In juli van dit jaar concludeerde de Raad van State dat het plan Windenergie A16 op enkele punten aangepast moest worden. Het betrof de beoordeling van de geluids- en schaduwoverlast van de nieuwe windmolens, vooral in situaties waarbij deze al in de omgeving staan of gepland zijn. Provinciale Staten heeft in september deze aanpassingen vastgesteld.

Vermogen gelijk aan verbruik 100.000 huishoudens

Het inpassingsplan Windenergie A16 gaat over 28 windmolens in vier clusters in de zone naast de A16 (Klaverpolder, Zonzeel/Nieuwveer, Galder en Hazeldonk). De windmolens worden ontwikkeld door verschillende bedrijven en wekken samen naar schatting een vermogen op dat gelijk staat aan het verbruik van minimaal 100.000 huishoudens. Naar verwachting draaien de windmolens eind 2022.

De komst van de geplande windmolens heeft invloed op het landschap en op de mensen die er wonen. Daarom zijn vanaf de start in 2016 omwonenden bij het plan betrokken en dachten zij mee over de locaties van de geplande windmolens. En daarom wordt er langdurig en nauw samengewerkt met de ontwikkelaars van de windmolens. Zo worden er afspraken gemaakt over de effecten van de windmolens die omwonenden raken: bijvoorbeeld over geluid en slagschaduw.

Klimaatdoelstellingen provincie

Het plan is belangrijk voor de provincie om de klimaatdoelstelling te halen om 50 procent van alle opgewekte energie in Brabant duurzaam op te wekken in 2030 en zelfs 100 procent in 2050.
Bovendien wordt een kwart van het rendement uit de windmolens geïnvesteerd in lokale energieprojecten die gaan over twee onderwerpen: energie besparen en energie schoon opwekken. Drie lokale energiestichtingen in Drimmelen, Moerdijk en Zundert, vier Bredase wijk- dorpsraden en de gemeenten helpen om de projecten verder te brengen.

Lokale Energie Agenda gemeenten

In elke gemeente is of wordt een Lokale Energie Agenda (LEA) opgesteld waarin verschillende projecten staan. Denk aan projecten over woningisolatie, zonnepanelen en bewustwording van en communicatie over energiebesparing. Op die manier versnellen de windmolens de lokale energietransitie langs de A16, de overgang van fossiele energie naar schone energie.

Reactie wethouder Jürgen Vissers

Wethouder Jürgen Vissers voegt daar aan toe: “Dit besluit betekent dat we in Drimmelen een hele grote stap kunnen gaan zetten in onze doelstelling om duurzame energie op te wekken. Goed nieuws dus voor de energietransitie in Drimmelen en voor de invulling van de opgave van Drimmelen in de Regionale Energiestrategie. Ook is dit bericht positief voor het TEC (Traais Energie Collectief), want zij kunnen met deze uitspraak hun windmolen ‘De Noord’ gaan bouwen. Daar zijn we blij mee, al beseffen we ons maar al te goed dat de komst van de windmolens ook een grote verandering met zich meebrengt voor de direct omwonenden. Daar hebben we gedurende het hele traject oog voor en we gaan ons, samen met de ontwikkelaars, inzetten om de overlast voor de omgeving tijdens de bouw zo veel als mogelijk te beperken.”